Werkwijze

  1. Er zijn 7 sectoren te weten:
    • Consumptief
    • Industrie
    • Bouw
    • Handel
    • Administratie
    • Agrarisch
    • ( uiterlijke ) verzorging

      Zoek uit welke beroepen er bij de verschillende sectoren horen en verwerk deze in een mindmap. Je mag samen met een  klasgenoot de mindmap maken. De mindmap lever je in bij je leerkracht.

  2. Op www.beroepentest.nl kun je ontdekken welk beroep het beste bij jou past. Als je al heel goed weet waar je wilt gaan werken kun je de test doen om te zien of dat beroep echt zo goed bij past. Als je test gedaan hebt verwerk je de uitkomst in 1 a-4tje. Geef aan wat het beroep precies inhoudt. Wat moet je doen als je gaat werken in de door jou gekozen sector. Welke vaardigheden en eigenschappen heb je ervoor nodig. Een vaardigheid is iets wat je moet kunnen, bijvoorbeeld  goed tekenen als je architect wilt worden. Een eigenschap is een kenmerk van een persoon. Je bent bijvoorbeeld geduldig, dat is handig als je met peuters gaat werken. Je mag plaatjes gebruiken in de verslag over je gekozen beroep. De uitslag van de test en het verslag lever je in bij je leerkracht.

  3. Hou een interview met iemand die werkt waar jij ook graag wilt werken. Je kunt een afspraak maken iemand op het werk te interviewen of via de telefoon. Voordat je het interview hebt zorg je ervoor de vragen die je wilt stellen uitgewerkt te hebben. Als je het interview hebt gehouden verwerk je de vragen en antwoorden in een wordbestand. Deze lever je in bij je leerkracht.

  4. Je houdt een presentatie over het door jou gekozen beroep. Maak hierbij gebruik van een powerpoint. In de powerpoint kun je de mindmap, het interview en het verslag over je beroep verwerken. Door het houden van de presentatie leer je jezelf presenteren. Als je straks op stage gaat is het handig dat je dit kunt. Ook leer je van elkaar, je woont namelijk ook de presentaties van je klasgenoten bij.